Oorzaken en preventie van turnblessures

 

Overbelasting door training
Veel turnblessures worden veroorzaakt door overbelasting tijdens de training.

Overbelastingsblessures ontstaan door het eindeloos herhalen van dezelfde beweging of oefening.

Bij sommige oefeningen, zoals die op de rekstok of aan de ringen, worden de spieren en banden van de schouder

(over)belast door krachten die vele malen groter zijn dan het gewicht van de sporter.

Bij turnen kan nagenoeg elk lichaamsdeel overbelast raken.

Veelvuldig voorkomende blessures zijn die van de schouder, pols en knie.

De meerderheid van de rugblessures berust op een of andere vorm van overbelasting.

Afwijkingen in lichaamsbouw kunnen bijdragen tot het ontstaan daarvan.

De kans op overbelastingsblessures wordt kleiner indien men bij een preventief onderzoek deze afwijkingen

herkent en de sporter vervolgens gericht adviseert.

Voorts dient de trainingsbelasting zodanig te zijn dat eenzijdige overbelasting van bepaalde spieren en gewrichten niet voorkomt. De trainer moet voldoende kennis ten aanzien van overbelastingsblessures hebben om deze te herkennen

en zodoende maatregelen te kunnen nemen.

Het verbeteren van de lenigheid, het uitvoeren van een warming-up en een cooling-down zijn ook bij turnen

de preventieve maatregelen bij uitstek.

Rugblessures kan men voorkomen door verbetering van de houding van de lage rug en het bekken.

Dit kan worden bereikt door middel van lenigheidsoefeningen voor de lage rug en bovenbeenspieren,

aangevuld met versterking van de buik- en rugspieren.

Bovendien is volledige revalidatie na een blessure en het tapen van instabiele gewrichten van grote waarde.

Ongevallen bij de landing
Acute turnblessures ontstaan vaak bij de landing.

De afsprong van brug, evenwichtsbalk, ringen of rekstok brengt acute blessure van de enkel of de knie met zich mee.

Met name bij een afsprong met een hoge moeilijkheidsgraad kan een turner uit balans raken.

Vermoeidheid, onvoldoende techniek en het nemen van een risico zijn hierbij factoren van betekenis.

Ook de mat kan een rol spelen bij het ontstaan van blessure. Sommige enkelblessure ontstaan bijvoorbeeld

door een landing tussen twee matten.

Een groot deel van de elleboogblessure ontstaat door een val op een te dunne mat, of zelfs buiten de mat.

Onvoldoende valtechniek en het ontbreken van een helper bij de landing zijn ook belangrijke risco-indicatoren.

Om acute landingsblessures te voorkomen, kan men een reeks van maatregelen nemen.

Men moet ervoor zorgen dat er voldoende valmatten aanwezig zijn.

Deze mogen niet te dun zijn en moeten zorgvuldig worden geplaatst.

Het is verstandig matten te verankeren om verschuiven te voorkomen.

Bij een training op de evenwichtsbalk is het beter deze laag te plaatsen, zodat afstappen bij een mislukte oefening mogelijk is.

De veiligheid bij een landing wordt ook verhoogd indien een ervaren helper aanwezig is.

Dit is vooral belangrijk bij turnwedstrijden.

Vervolgens de huidige regels kan de aanwezigheid van een helper bij een afsprong echter puntenverlies betekenen.

Vanuit het oogpunt van blessurepreventie zou men bovendien geen extra punten voor een afsprong met een hoge moeilijkheidsgraad kunnen toekennen.

Dat zou echter een herziening van het scoringssysteem betekenen, hetgeen internationaal niet haalbaar is.

Ten slotte kunnen het aanbrengen van een stabiliserende en het beheersen van een goede valtechniek de kans

op blessure bij de landing verkleinen.
 

Bron: "Sportblessures buitenspel"

www.fysiodevries.nl

Voor preventie kijk op www.braceadvies.nl