Kaakgewrichtsklachten         Aangezichtspijn

 

 
Over het algemeen zijn kaakgewrichtsklachten, een beperkte mondopening en/of pijnlijke kauwspieren meer hinderlijk dan gevaarlijk. Vooral afbijten, kauwen, drinken, praten, lachen, geeuwen, zingen, zoenen en tandenpoetsen zijn activiteiten waarbij hinder wordt ondervonden. Bij de meeste mensen nemen de klachten na verloop van tijd weer af en kan de mond weer zonder noemenswaardige hinder worden gebruikt.
Om uw klachten te verminderen is het belangrijk dat u de kaakgewrichten en de kauwspieren zo veel mogelijk rust geeft. Dat wil zeggen: niet te zwaar belasten, maar wel bewegen.

Algemene adviezen:

  • U kunt beter het wijd openen van uw mond vermijden, ook als u geeuwt of lacht. Ondersteun zo mogelijk de onderkaak, zodat de mond minder ver open gaat.  
  • Als u eet, gebruik dan niet uw voortanden om iets af te bijten. Voor het kaakgewricht is het minder belastend als u voedsel met uw hoektanden en/ of kiezen afbijt. Stop kleine hoeveelheden voedsel in de mond.  
  • Gebruik geen erg hard of taai voedsel, zoals bijvoorbeeld taai vlees, oude kaas, nootjes, harde appels, stokbrood, rauwe wortels en dergelijke
  • Soms is het beter om alleen zacht voedsel zoals gehakt, puree, appelmoes en brood zonder korst te eten of het voedsel met bijvoorbeeld een staafmixer te malen.  
  • Vermijd langdurige belastingen van het kaakgewricht door gewoonten zoals nagelbijten, tandenknarsen, kiezenklemmen en kauwgom kauwen.  Gebruik uw tanden niet als gereedschap om dingen, bijvoorbeeld balpennen of spijkers, vast te houden of om draadjes door te bijten.  
  • Als u kauwt, moet u juist aan die kant kauwen waar uw kaakgewricht pijn doet. Dit is belangrijk omdat er anders te veel ‘schuine belasting’ komt te staan op de kant van het gewricht waar u klachten heeft.  
  • Het is belangrijk om bij een eventuele behandeling uw tandarts te informeren over uw klachten; u mag uw mond niet te lang wijd openen.

Pijnbestrijding: 

Als u ernstige pijnklachten heeft, is het belangrijk dat u onderstaande aanwijzingen opvolgt. De kaakchirurg heeft met u besproken of deze aanwijzingen ook voor u gelden.

  • Als u pijn heeft ter plaatse van de kauwspieren (wangen en slapen) dan kunt u zogenaamde ‘hotpacks’ gebruiken gedurende ongeveer 20 minuten. Deze behandeling kan desgewenst enige malen per dag worden herhaald.  
  • Als u pijnklachten heeft ter plaatse van het kaakgewricht (direct vóór de gehoorgang) dan kunt u beter een koude applicatie toepassen. Een ijsklontje gewikkeld in een theedoek is een goede manier om de koudebehandeling uit te voeren. Plaats nu afwisselend gedurende één minuut het ijsklontje op het kaakgewricht en er vervolgens weer helemaal af.. Herhaal deze oefening enige malen terwijl u de mond rustig tot halverwege opent en sluit. Raadpleeg uw arts wanneer er afwijkende reacties optreden.  
  • Neem de eventueel voorgeschreven medicijnen volgens voorschrift in. Gebruik geen andere medicijnen tegelijkertijd zonder overleg met uw behandelend arts. 

             

Oefeningen: 

Het is beter om meerdere malen per dag kort en niet te intensief te oefenen, dan éénmaal per dag lang en intensief. Ongeveer vier keer per dag is een gebruikelijk oefenschema. Het is belangrijk dat u de oefeningen rustig uitvoert en ongeveer 10 maal herhaalt. Bij de oefeningen kunt u het beste voor de spiegel staan of zitten, zodat u ziet hoe de onderkaak beweegt. Tijdens het oefenen is het onvermijdelijk dat u enige pijn ervaart. Deze pijn mag niet te heftig zijn, maar zonder enige pijn is de oefening meestal niet effectief.                                   

  • Scharnieroefeningen
    Doel is het verkrijgen van controle over de onderkaakbewegingen tijdens het openen van de mond. Het naar voren schuiven van de kaakkop wordt bij deze oefening zoveel mogelijk vermeden.
    Plaats uw tong tegen het gehemelte zo ver mogelijk achter in de mond. Open de mond terwijl de tong de achterkant van het gehemelte blijft raken. Zonodig kunt u de onderkaak nog ondersteunen door uw elleboog op tafel te plaatsen en met de handpalm zachtjes tegen de kin te drukken.Op deze wijze vinden er nauwelijks schuifbewegingen plaats in het kaakgewricht. Als u deze vorm van bewegen goed beheerst, kunt u de tong wat meer voor in de mond tegen het gehemelte plaatsen.  
  • Draadoefeningen
    Doel is het weer recht open en dicht doen van de mond.
    Zet met een viltstift met afwasbare inkt één stip op de neuspunt en één midden op de kin. Maak aan een donker draadje garen een klein voorwerp, bijvoorbeeld een balpen, vast. Plak de draad met een stukje plakband op een spiegel. Zo ontstaat een rechte verticale lijn. Ga zodanig voor de spiegel zitten dat beide stippen op de lijn vallen. Open en sluit de mond nu een stukje zodanig dat de stip op de kin op de lijn blijft. Als u deze vorm van bewegen goed beheerst, kunt u de mond wat verder open doen. Open de mond echter niet heel wijd.  
  • Kurkoefeningen: rol oefeningen
    Doel is het verbeteren van de zijdelingse beweeglijkheid van de onderkaak.
    Neem een kurk van een wijnfles (zonder dop). Teken een pijl op de onderkant van de kurk. Ga voor de spiegel staan en plaats de kurk tussen de snijtanden, zodat de pijl omhoog wijst. Beweeg nu de onderkaak van links naar rechts. Probeer de pijl op de kurk tijdens het heen en weer bewegen van de onderkaak even ver naar links als naar rechts te laten wijzen.  
  • Kurkoefeningen: schuifoefeningen
    Doel is het verbeteren van de schuifbewegingen van de onderkaak.
    Neem een kurk van een wijnfles (zonder dop). Ga voor de spiegel staan en plaats de kurk tussen de snijtanden. Zorg ervoor dat de kurk naar voren wijst. Beweeg nu de onderkaak naar voren. Als u het goed doet, ziet u de kurk omhoog wippen.
  • Tongspatel-oefeningen: schuifoefeningen
    Doel is het verbeteren van de schuifbewegingen van de onderkaak.
    Ga voor de spiegel staan en plaats de tongspatel plat tussen de snijtanden. Houdt de spatel met een hand vast. Beweeg de onderkaak zijwaarts, afwisselend even ver naar links en als naar rechts en houdt de onderkaak in de eindstand even vast. Beweeg daarna de onderkaak naar voren en weer terug en houdt de onderkaak in de eindstand weer even vast.  
  • Tongspatel-oefeningen: rekoefeningen
    Doel is het vergroten van de mondopening.
    Neem een stapeltje tongspatels tussen de voortanden. Het stapeltje moet zo groot zijn dat u net geen (hevige) pijn voelt. Houdt dit ongeveer 5 tellen vol. Schuif nu een volgende tongspatel tussen het stapeltje en houdt dit weer ongeveer 5 tellen vol. Herhaal deze procedure totdat de pijn te heftig wordt. Noteer per dag wat het maximale aantal spatels was.
    of:
    Plaats de middelvingers direct achter de hoektanden van de onderkaak terwijl de beide duimen direct achter de hoektanden van de bovenkaak geplaatst dienen te worden. Voer nu vanuit de maximale mondopening met beide handen een ‘schaarbeweging’ uit. Na enige seconden aanbijten in deze positie kan de rekoefening weer herhaald worden. Tijdens de oefening kan enige pijn optreden die doorgaans na korte tijd weer verdwijnt.
  • Massageoefeningen voor de kauwspieren in de wang
    Doel is het verminderen van de pijnklachten en/of stijfheid van de kauwspieren in de wang.
    Het masseren gaat het best als u met de linkerduim de rechter-kauwspier en met de rechterduim de linkerkauwspier masseert. Beweeg uw duim over de kiezen van de onderkaak totdat u niet verder naar achteren kunt. U bent dan tegen de achterkant van de onderkaak gestoten. Beweeg vervolgens de duim iets naar buiten tot u tegen de wang duwt. Om te controleren of u op de juiste plaats zit, bijt u de mond zachtjes dicht terwijl de duim tegen de binnenkant van de wang blijft duwen. Als u op de juiste plaats zit, voelt u de kauwspier aanspannen tegen uw duim. Daarna beweegt u de duim ongeveer 5 keer van boven naar beneden terwijl u tegen de kauwspier in de wang blijft duwen. Doe datzelfde daarna aan de andere kant.

naar bovenkant pagina

 

Aangezichtspijn

Acuut of chronisch

Aangezichtspijn is precies wat het woord al aangeeft: pijn in het (aan)gezicht, pijn in het gelaat dus.
Er moet onderscheid gemaakt worden tussen
acute (van beperkte duur) en chronische
aangezichtspijn

 

TMD staat voor Temporomandibulair pijn- en dysfunctiesyndroom. Het gaat hier om pijn die uitgaat van het bewegingsapparaat van het kauwstelsel. Het wordt ook wel Craniomandibulair dysfunctiesyndroom genoemd. Mandibulair betekent 'behorend tot de onderkaak', cranio= schedel.

Wanneer er voor TMD een opbeetplaat aangebracht wordt, kan deze zeker helpen bruxisme af te leren. Bij het klemmen en knarsen voel je dan telkens de opbeetplaat, zodat je je van je gewoonte bewust wordt. En bewustwording is de eerste stap naar afleren! Soms wordt voor bruxisme alleen een opbeetplaat aangebracht.
Een opbeetplaat is een 2 á 3 mm dik. hard kunststof plaatje. Het wordt door de tandtechnicus op maat gemaakt voor het betreffende gebit. Dit plaatje, ook wel 'splint' genaamd. moet dag en nacht gedragen worden over de kauwvlakken van de boventanden en -kiezen. Het doel daarvan is tweeledig: het moet voorkomen dat onderen boventanden en -kiezen tegen elkaar kunnen komen èn het moet stabiliteit teweegbrengen bij het dichtbijten.

Als deze therapie aanslaat, is dat na zo'n 6 tot 12 weken te merken. De pijn is dan sterk verminderd of zelfs verdwenen. Wanneer dit het geval is, zullen de correcties die het plaatje aanbracht, overgebracht moeten worden op de tanden en kiezen. Dit kan, afhankelijk van het geval, door uiteenlopende tandheelkundige behandelingen gebeuren, bijvoorbeeld het afvlakken van een te hoge vulling of het aanbrengen van een nieuw element. Soms is operatief ingrijpen mogelijk.

Voor de behandeling van TMD moet er eerst een uitgebreid onderzoek plaatsvinden om uit te maken of de pijn vanuit de kauwspieren of vanuit het kaakgewricht ontstaat. Meestal gebeurt dit door een tandarts-gnatoloog, ofwel een tandarts-kaakkundige (gnathos= kaak).
Dit onderzoek bestaat uit uitwendig onderzoek, met een reeks fysiotherapeutische testen, verder onderzoek in de mond en röntgenologisch onderzoek.

TMD kan verschillende oorzaken hebben, die worden onderverdeeld in artrogeen, ofwel uitgaand van het kaakgewricht, of myogeen, dat wil zeggen uitgaand van de kauwspieren (artropathie= gewrichtsaandoening; myos= spier).

Het kaakgewricht kan slecht zijn gaan functioneren door slijtage, door gewrichtsziekten (bijvoorbeeld reuma), of door beschadiging na een ongeluk.

Lijkt het probleem bij het kaakgewricht te liggen, dan zijn er weer verschillende behandelingsmogelijkheden.
Zo kan een gespecialiseerde fysiotherapeut het kaakgewricht voorzichtig manipuleren

 

Praktijk voor Fysiotherapie De Vries

www.fysiodevries.nl

Kerkweg 45a  Zijderveld (Everdingen)

Telefoon: 0345- 642618       Fax: 0345- 641004













.

.

.

.

.

.

 

.

.

.

.